Meerderheid Tweede Kamer wil einde aan cookie-popups
Geplaatst op 13 februari 2013
VVD en PvdA zijn niet blij met de manier waarop veel websites de cookiewet implementeren. De coalitiepartijen denken dat de veelgebruikte 'cookie-popup' niet werkt en willen een einde aan de 'cookiegijzeling'.
Volgens Bart de Liefde van de VVD zou de gebruikersvriendelijkheid van het internet door de cookie-popups in het gedrang komen, zo meldt Nu.nl. Ook denkt De Liefde dat mensen de cookiemelding zelf niet lezen en automatisch op ja klikken, waarmee het nut van de melding verloren gaat. Hij ziet meer in een oplossing zonder 'cookiemuur', waar gebruikers op een website te zien krijgen welke cookies er gebruikt worden, maar niet gedwongen worden om eerst akkoord te gaan met deze cookies via een popup.
Astrid Oosenbrug van de PvdA vindt de veelgebruikte cookie-popups ook geen goede oplossing en geeft ook de voorkeur aan een systeem waarbij de gebruiker geïnformeerd wordt over cookies, maar de website ook zonder acceptatie van deze cookies wel toegankelijk blijft. Oosenburg is van plan om Minister Kamp van Economische Zaken om nadere uitleg te vragen over de haalbaarheid van het idee. Momenteel zou niet duidelijk zijn of een dergelijk systeem aan de wet voldoet, maar zeker is wel dat het niet is toegestaan om niet-essentiële cookies - zoals tracking-cookies - te plaatsen zonder toestemming.
Het is onduidelijk wat de PvdA en VVD, die samen een meerderheid in de Tweede Kamer maar niet in de Eerste Kamer hebben, van plan zijn. Mogelijk willen ze de wetgeving afzwakken. Dat kan: hoewel de cookiewet is gebaseerd op een Europese richtlijn, gaat Nederland nu verder dan andere landen. In bijvoorbeeld het Verenigd Koninkrijk hoeven gebruikers niet expliciet toestemming te geven voor het plaatsen van niet-essentiële cookies. Daar is implied consent genoeg: als een gebruiker na te zijn geïnformeerd over de plaatsing van cookies doorgaat met gebruik van de website, mag die ervan uitgaan dat de gebruiker akkoord is.
Niet alleen VVD en PvdA zijn ontevreden met de cookiemuur-implementatie, ook telecomwaakond OPTA is niet blij met de huidige stand van zaken. Op dit moment weren een aantal grote websites bezoekers die geen cookies accepteren; de OPTA vindt dat ongewenst. De methode is waarschijnlijk echter niet in strijd met de wet. Het College Bescherming Persoonsgegevens liet onlangs in een brief aan het kabinet weten dat de websites van de publieke omroep geen cookiemuur mogen hebben, omdat deze uit publiek geld gefinancierd worden. Omdat gebruikers nu in feite betalen door persoongegevens over te dragen bij een bezoek, zou van vrije toegang geen sprake zijn.
De cookiewetgeving vloeit voort uit een Europese richtlijn en is bedoeld om te voorkomen dat internetgebruikers zonder dat ze dat weten, worden gevolgd over het internet. Veel advertentiebedrijven plaatsen tracking cookies die het gedrag van gebruikers in de gaten houden. Mediabedrijven klagen echter dat de Nederlandse implementatie van de Europese richtlijn veel strenger is dan die in andere landen. Daar voldoet het tonen van een melding, terwijl in Nederland daadwerkelijk toestemming gevraagd moet worden.
Bron: Tweakers
M-commerce in Nederland snelst groeiende van Europa
Geplaatst op 12 februari 2013
M-commerce is sterk groeiende in Nederland. Dat concludeert affliatenetwerk Zanox aan de hand van eigen onderzoek naar het m-commerce aandeel van acht Europese landen. Het m-commerce aandeel van de geboekte omzet uit online sales in Nederland steeg met 419 procent naar 9,1 procent.
De Nederlandse m-commerce is volgens de Zanox Mobile Performance Barometer de snelst groeiende van Europa. Zanox onderzocht het mobiele aandeel in de landen Duitsland, Italië, Frankrijk, Spanje, Polen, Nederland, België en Scandinavië (bestaande uit Noorwegen, Zweden en Finland) in het laatste kwartaal van 2011 en 2012. Het aandeel van deze landen gezamenlijk komt uit op 5,6 procent in 2012, tegenover 2,2 procent een jaar eerder.
In Duitsland groeit het m-commerce aandeel met 105 procent tot 5 procent. Spanje toont de laagste groei met ‘slechts’ 72 procent in vergelijking met het laatste kwartaal van 2011. Daar is het aandeel nu 6,2 procent.
iPad populair
De iPad blijkt een erg populair apparaat te zijn om online artikelen aan te schaffen. Het tablet representeert 54,2 procent van de mobiele aankopen in Europa. ‘Ook ligt de conversie naar een verkoop aanzienlijk hoger dan bij andere apparaten’, vertelt Zanox. ‘De gemiddelde conversie van een iPad is 2 procent, terwijl dit bij andere mobiele apparaten rond de 0,5 procent schommelt. Dit komt door de betere toegankelijkheid van de webshops op een tablet.’ In Nederland wordt bij 66 procent van de mobiele aankopen gebruik gemaakt van de iPad.
Eigen doel
In ons land worden de smartphone en het tablet voor verschillende doeleinden gebruikt. ‘Wat wij zien is dat de smartphone vooral wordt gebruikt in de oriëntatiefase van de customer journey’, legt Hatice van Leeuwen, Head of Publishers van Zanox, uit. ‘Men wil informatie verkrijgen op een korte en snelle manier. Het tablet wordt juist weer gebruikt om de werkelijke aankoop te doen. Daar moeten onze klanten hun strategie op afstemmen.’
Bron: Twinkle Magazine
Populariteit mobiele winkelapps stijgt explosief
Geplaatst op 29 januari 2013
De apps van Amerikaanse winkelketens zijn binnen een jaar ruim vijf keer zo populair geworden.
Dat blijkt uit onderzoek van Flurry naar ruim 1800 winkelapps voor iOS en Android.
Vooral de apps van winkels zelf zijn sterk in populariteit gegroeid. Tussen december 2011 en december 2012 groeide de hoeveelheid tijd die aan de apps werd besteed met 525 procent. Ook prijsvergelijksapps doen het goed, met een groei van 247 procent.
Online marktplaatsen en apps met dagelijkse deals, zoals Groupon, groeiden minder hard. Toch werden die binnen een jaar ook ruim twee keer zo populair.
De gemiddelde hoeveelheid tijd die aan apps wordt besteed groeide ook fors in 2012, met zo’n 132 procent. De gemiddelde app kreeg 274 procent meer bezoek in de VS.
Opmars
Mobiel winkelen maakt wereldwijd een forse opmars. Op ‘Cyber Monday’, een dag in november met grote online-uitverkopen, gebruikte 18 procent van het winkelend publiek in de VS een smartphone of tablet.
Uit onderzoek van Thuiswinkel.org blijkt dat in de eerste helft van 2012 zo’n anderhalf miljoen Nederlanders een aankoop deden via een mobiel apparaat. Vooral de verkoop via tablets zit in Nederland flink in de lift.
Bron: NU.nl
Uitgaven aan clouddiensten Nederland groeien 29 procent
Geplaatst op 8 januari 2013
In 2016 zal het Nederlandse bedrijfsleven naar verwachting 1,2 miljard euro uitgeven aan software as-a-service (SaaS), platform as-a-service (PaaS) en infrastructure as-a-service (IaaS) diensten, een gemiddelde jaarlijkse groei van 29 procent over de periode 2011-2016.
Dat zegt het Nederlandse onderzoeksbureau The METISfiles van Marcel Warmerdam in zijn prognose over de Nederlandse markt voor publieke cloud diensten.
De Nederlandse markt voor generieke Telecom en IT diensten staat onder druk als gevolg van veranderend klantgedrag en de opkomst van nieuwe verdienmodellen. Cloud is zo'n nieuw verdienmodel.
Door het toenemend zakelijk gebruik van financiele, marketing, communicatie en collaboratie clouds stijgen de uitgaven voor SaaS van 298 miljoen euro in 2012 tot 734 miljoen in 2016, een gemiddelde jaarlijkse groei van 27 procent. Online opslag, back-up en rekenkracht stijgen van 107 miljoen in 2012 tot 308 miljoen in 2016, een gemiddelde jaarlijkse groei van 31 procent. Het zakelijk gebruik van programmeerbare (mobiele) platforms (PaaS) zal toenemen van 34 miljoen in 2012 tot 131 miljoen in 2016, een gemiddelde jaarlijkse groei van 41 procent.
Beleid en regelgeving die niet voldoen aan de huidige technologische trends zijn de grootste struikelblokken op weg naar de cloud, aldus leveranciers van SaaS-, PaaS-, en IaaS-diensten.
Trends en uitdagingen in e-commerce logistiek
Geplaatst op 4 januari 2013
Naar verwachting werd afgelopen jaar ongeveer 10% van de retailomzet online behaald. In het komende decennium zal dit percentage stijgen naar 20 tot misschien wel 30%. Dit heeft tot gevolg dat de traditionele logistieke ketting een aantal andere schakels zal krijgen...
De Europese Unie heeft zich tot doel gesteld dat in 2015 20% van de online kopers wel eens over de grens (cross border) koopt. Dit is een verdubbeling van het huidige percentage en kan dan ook enkel worden behaald indien de Europese Unie dit voldoende faciliteert. Niet alleen moeten kopers meer bescherming krijgen, maar ook voor verkopende partijen moet nog veel worden aangepast. Denk bijvoorbeeld aan zaken als BTW, de 15 tot 20 verschillende betalingsmethodieken in Europa en een synchronisatie in retourrechten.
Hoewel er nog veel moet worden aangepast is de visie wel duidelijk. Omdat ook burgers meer en meer over de grenzen gaan zoeken en daarbij worden geholpen door grote spelers als Zalando, Amazon en Pixmania is het nog slechts een kwestie van tijd voordat (ver)kopen over de landsgrenzen gemeengoed zal zijn.
Serviceafstand en importstromen
Het vervagen van de grenzen vergroot de markt van 16 miljoen Nederlanders naar 500 miljoen Europeanen. Om succesvol te zijn op deze grote markt is het belangrijk op 'serviceafstand' van de klant te zijn. Daarnaast krijgen webshops ten opzichte van de traditionele spelers veel meer geleverd van in Europa gelegen voorraden. De importstroom vanuit, met name, Azië is veel minder belangrijk. Een minder grote importstroom in combinatie met een beperkte afstand tot de klant zorgt ervoor dat Nederland als vestigingsland wel een stuk minder interessant kan worden. Een magazijn in bijvoorbeeld Zuid-Duitsland ligt voor veel online spelers een stuk meer voor de hand.
Van multichannel naar cross-channel
Algemeen wordt aangenomen dat de succesvolle online spelers ook offline actief moeten zijn en vice versa. De oorlog tussen online en offline is over, het zijn elkaar versterkende kanalen. Deze cross-channel aanpak heeft grote implicaties voor de logistieke stroom. Het combineren van business-to-business (bricks) en business-to-consumer (clicks) orders is complex, niet alleen op het gebied van orderverzameling en het al dan niet delen van voorraden, maar ook op het gebied van transportstromen. Een van de grootste uitdagingen, en daarmee één van van de mogelijke restricties voor significante groei, zal de beschikbaarheid van ruimte in het afhaalpunt worden. Deze ruimte is veelal duur en orders blijven (te) lang liggen voordat ze worden afgehaald.
Conclusie
E-commerce verandert het logistieke speelveld, op vele punten. Het zwaartepunt in de keten verschuift meer richting klantlocatie en -behoefte. Nederland is daarbij zeker niet meer vanzelfsprekend een logische vestigingsplaats voor een e-commerce distributiecentrum. Dichtbij de klant is gewenst om zo efficiënt mogelijk invulling te kunnen geven aan de waaier van bezorgmogelijkheden die de klant wordt geboden. Goederen worden met name betrokken van Europese producenten en groothandels. Deze partijen gaan veel meer dan nu klantspecifiek picken, wat er voor zorgt dat de huidige fulfillmentcenters meer de rol krijgen van cross dock locaties. Het afstemmen van b2b en b2c stromen is een puzzel waar bijna alle spelers mee te maken krijgen. Wanneer deze, en vele andere, vragen zijn beantwoord is het wat en waar ingevuld en kan worden nagedacht over het daadwerkelijke e-fulfillment. Hiervoor bieden de traditionele logistieke oplossingen veelal meer dan voldoende oplossingen, maar specifieke e-fulfillment oplossingen worden steeds belangrijker.